Boxx beleggers beland in Piramidespel?

18 oktober 2023

Analyse uit 2018 al alarmerend!


Bezorgde beleggers hebben de alarmbellen laten rinkelen na het investeren van bijna 20 miljoen euro in obligaties van Boxx, een bedrijf dat zich toelegt op de verhuur van opslagruimtes. Deze onrust blijkt uit correspondentie die in handen is gekomen van Vastgoedmarkt, afkomstig van de Stichting Obligatiehouders Boxx Obligatieleningen (SOBO). Deze investeerders maken zich ernstige zorgen dat ze hun initiële investering nooit meer zullen terugzien.

De zorgen van de obligatiehouders draaien voornamelijk om de financiële gezondheid van Boxx. Uit de correspondentie met de oprichter en enige bestuurder van Boxx, Erwin Fleer, komt naar voren dat de kosten van de Boxx Groep hoger zijn dan de omzet, wat resulteert in voortdurende druk om externe financiering aan te trekken. Dit gebeurt terwijl er nu al wordt afgeweken van de contractueel vastgelegde rentebepalingen voor de obligatiehouders. In de prospectus wordt gesproken van een 'gegarandeerd rendement van 8,75 procent,' maar dit lijkt momenteel verre van gegarandeerd.

Een ander punt van zorg betreft het ontbreken van goedgekeurde jaarrekeningen voor de jaren 2021 en 2022, samen met het gebrek aan cashflowprognoses. Dit gebrek aan financiële transparantie is een bron van ongerustheid voor de obligatiehouders.

Bovendien hebben verschillende medewerkers bij Boxx hun dienstverband beëindigd of aangekondigd dit binnenkort te zullen doen, wat volgens de obligatiehouders de continuïteit van Boxx Groep ernstig ondermijnt.

Een van de grootste twistpunten betreft de wijze waarop Erwin Fleer omgaat met de ontvangen financiering van geldverstrekkers. Volgens SOBO gebruikt Fleer het geld dat Boxx Groep heeft ontvangen van geldverstrekkers met aandelen om te voldoen aan de behoeften van het bedrijf. Dit wekt argwaan, aangezien het onduidelijk is of dit in het belang van de Boxx Groep als geheel is, of dat het eerder gericht is op het voordeel van de bestuurder zelf. Bovendien riekt dit naar een Piramidespel, waarin normaal gesproken nieuwe toetreders opdraaien voor de verplichtingen aan bestaande geldschieters.


De onenigheid reikt zelfs tot in de bestuurskamer. Er lijkt sprake te zijn van onrust tussen een bestuurder van de drie belangenorganisaties binnen Boxx, waaronder SOBO, en de directeur van Boxx. SOBO beweert dat Fleer heeft gedreigd om het bedrijf failliet te laten gaan als deze bestuurder aanblijft. Dit suggereert een diepgaand conflict, waarbij Fleer lijkt te suggereren dat een faillissement zijn voorkeur heeft boven voortzetting van de huidige situatie.

In reactie op deze dreiging lijkt de betrokken bestuurder bereid te zijn om zijn functie neer te leggen om de communicatie tussen de besturen en Boxx te verbeteren. Dit alles werpt een sombere schaduw over de financiële stabiliteit en de toekomst van Boxx, en beleggers vrezen dat hun substantiële investering in gevaar is. Deze kwestie is een herinnering aan het belang van grondig due diligence-onderzoek en transparante communicatie in investeringsrelaties.


Advies LawNed.
Alhoewel de actuele details onbekend zijn bij LawNed, beschikt zij wel over een uitgebreide eigen analyse uit 2018, waarin misleiding en de onmogelijke financieringsconstructie al duidelijk waren.

Nu anno 2023 lijken er maar een twee oplossingen realistisch die maken dat de obligatiehouders niet met lege handen komen te zitten. Beide leiden tot meer haalbare verplichtingen voor het bedrijf.

LawNed adviseert de obligatiehouders graag op basis van een succes-fee.





27 augustus 2026
Waarom wij kritisch naar DAS kijken Onze kritiek op DAS komt niet voort uit één enkel dossier of één verschil van mening over een juridische strategie. Wij hebben DAS inmiddels vanuit verschillende posities meegemaakt: privé, via relaties in onze directe omgeving en vanuit de praktijk van LawNed. In al die rollen hebben wij situaties gezien waarin de behandeling door DAS teleurstelde, waarin zaken te snel werden afgeschreven of waarin de verzekerde uiteindelijk zelf verdere juridische stappen moest organiseren. Dat maakt kritisch. Zeker omdat het bij een rechtsbijstandsverzekering juist gaat om het moment waarop iemand juridische hulp nodig heeft en erop moet kunnen vertrouwen dat zijn zaak zorgvuldig, deskundig en onafhankelijk wordt beoordeeld. De vraag is dan of onze ervaringen op zichzelf staan. Om dat te toetsen hebben wij gekeken naar ALLE* gepubliceerde uitspraken van Kifid waarin DAS zelf als wederpartij optreedt. Daaruit blijkt dat consumenten DAS met enige regelmaat met succes aanspreken. Soms gaat het om een onjuiste afwijzing van dekking, maar er zijn ook uitspraken waarin Kifid concrete tekortkomingen vaststelt in de uitvoering van de rechtsbijstand zelf. De volgende tien uitspraken vinden wij daarvan de meest opvallende voorbeelden. Tien pijnlijke Kifid-uitspraken over DAS Rechtsbijstand Uit de Kifid-uitspraken waarin DAS zelf als wederpartij optreedt, blijkt dat consumenten DAS bepaald niet altijd zonder succes ter verantwoording roepen. Soms gaat het om een discussie over polisdekking, maar er zijn ook uitspraken waarin Kifid fouten constateert in de daadwerkelijke uitvoering van de rechtsbijstand. Dit zijn wat ons betreft tien interessante voorbeelden. 1. Kifid 2017-675 – DAS brengt niet alle stukken bij de rechter in Dit is misschien wel de pijnlijkste uitspraak. DAS had bij de behandeling van een zaak een deel van de stukken niet tijdig aan de wederpartij en de rechter verstrekt. Partijen waren het erover eens dat daarmee een fout was gemaakt. Kifid stelde vast dat DAS tekort was geschoten in de uitvoering van de rechtsbijstand en dat de consument hierdoor een kans op een betere uitkomst was ontnomen. Kifid schatte die kans op 50% en veroordeelde DAS tot betaling van € 2.500 . Waarom opvallend: hier gaat het niet om een verschil van inzicht over polisvoorwaarden, maar om een fout bij het daadwerkelijk voeren van de juridische zaak. 2. Kifid 2025-0886 – schending van de zorgplicht De consument liep bij externe rechtsbijstand tegen het kostenmaximum aan. Volgens Kifid had DAS onvoldoende gewaakt voor de oplopende deurwaarderskosten. Kifid spreekt uitdrukkelijk van schending van de zorgplicht . DAS moest € 6.024,02 betalen, vermeerderd met eventueel nog in rekening gebrachte incassokosten. Daar kwam bij dat DAS tijdens de zitting nog met een nieuw verweer kwam. Kifid vond dat zo laat dat behandeling daarvan in strijd was met de goede procesorde. Ook een beroep op verjaring hield geen stand. Waarom opvallend: DAS verloor niet alleen de inhoudelijke discussie, maar kreeg ook kritiek op de wijze waarop de zaak bij Kifid werd gevoerd. 3. Kifid 2025-0133 – rechtsbijstand ten onrechte geweigerd Twee consumenten werden na de verkoop van hun woning door de koper aangesproken wegens non-conformiteit. DAS weigerde rechtsbijstand omdat de relevante feiten volgens DAS vóór de ingangsdatum van de verzekering lagen. Kifid kwam tot een andere uitleg van de voorwaarden en bepaalde dat DAS voor beide geschillen alsnog dekking moest verlenen . Ook reeds gemaakte en toekomstige juridische kosten moesten binnen de voorwaarden worden vergoed. Waarom opvallend: de consumenten moesten eerst tegen hun eigen rechtsbijstandsverzekeraar procederen om de rechtsbijstand te krijgen waarvoor zij verzekerd waren. 4. Kifid 2025-0594 – DAS beroept zich ten onrechte op verjaring Een consument vroeg rechtsbijstand voor een arbeidsrechtelijk geschil over aanpassingen van zijn werkplek. DAS wees de zaak af omdat de aanspraak volgens haar was verjaard. Kifid verwierp dat beroep op verjaring. DAS moest het geschil alsnog in behandeling nemen zonder zich op verjaring te beroepen . Waarom opvallend: een beroep op verjaring kan voor een verzekerde het definitieve einde van een dossier lijken. Hier bleek die juridische beoordeling van DAS niet juist. 5. Kifid 2024-0587 – opnieuw een onjuist beroep op verjaring Een consument wilde zorgverleners aansprakelijk stellen voor behandelingen in de periode 2015 tot en met 2019. DAS wees het verzoek om rechtsbijstand onder meer af met een beroep op verjaring van de aanspraak op de rechtsbijstandverzekering. Kifid oordeelde dat DAS het rechtshulpverzoek niet op grond van artikel 7:942 BW wegens verjaring mocht afwijzen . De klacht werd gegrond verklaard en de vordering gedeeltelijk toegewezen. Waarom opvallend: dit is niet de enige DAS-uitspraak waarin juist het door DAS gevoerde verjaringsverweer bij Kifid geen stand houdt. 6. Kifid 2017-657 – argument ‘geen redelijke kans van slagen’ komt te laat De consument verlangde vergoeding van advocaatkosten die hij had gemaakt in een bezwaarprocedure. DAS stelde onder meer dat de procedure onvoldoende kans van slagen had. Kifid oordeelde dat de kosten redelijk en noodzakelijk waren en dat het argument van DAS over de proceskansen onder de gegeven omstandigheden te laat was aangevoerd . De vordering werd gedeeltelijk toegewezen. Waarom opvallend: een verzekeraar kan niet achteraf zonder meer een nieuw kansargument gebruiken om vergoeding van al gemaakte juridische kosten te weigeren. 7. Kifid 2021-0884 – DAS moet de geschillenregeling toepassen Een consument had meerdere juridische dossiers bij DAS en verschilde met DAS van mening over onder meer de haalbaarheid van procedures. Kifid onderzocht de dossiers afzonderlijk en oordeelde dat in één daarvan de geschillenregeling moest worden toegepast . Daarmee kreeg de consument recht op een onafhankelijke beoordeling van het verschil van inzicht. Waarom opvallend: juist wanneer DAS vindt dat verder procederen niet haalbaar is, hoeft het oordeel van de eigen behandelaar van DAS niet altijd het laatste woord te zijn. 8. Kifid 2026-0792 – rechtsbijstand geweigerd op basis van een verkeerd feit Een consument had een conflict over een defecte versnellingsbak. DAS had rechtsbijstand geweigerd omdat zij ervan uitging dat de consument zijn auto tweedehands had gekocht. Dat bleek niet juist. Kifid stelt letterlijk vast dat DAS de consument rechtsbijstand had moeten verlenen , dat de afwijzing op een onjuiste grond was gebaseerd en dat DAS daarmee was tekortgeschoten. DAS bood excuses aan en stelde voor het door de consument betaalde deel van de herstelkosten van € 1.461,85 te vergoeden. De verdergaande vorderingen van de consument werden overigens afgewezen. Waarom opvallend: hier ging de oorspronkelijke afwijzing niet mis door een ingewikkelde juridische interpretatie, maar door een onjuiste feitelijke aanname. 9. Kifid 2024-0835 – drie klachten over de dossierbehandeling gegrond Deze zaak betrof rechtsbijstand in verschillende medische kwesties. De consument kreeg uiteindelijk geen schadevergoeding. Maar Kifid verklaarde wel drie onderdelen van de klacht tegen DAS gegrond : medische informatie was per gewone e-mail verzonden; een analyse van de consument was niet aan de externe medisch adviseur verstrekt; DAS had te traag gereageerd in de interne klachtprocedure. De schadevorderingen werden afgewezen omdat niet was aangetoond dat deze tekortkomingen tot de gevorderde schade hadden geleid. Waarom opvallend: een afgewezen geldvordering betekent dus bepaald niet automatisch dat Kifid tevreden was over de wijze waarop DAS het dossier heeft behandeld. 10. Kifid 2017-381 – DAS ziet hobby ten onrechte als niet gedekt Een consument had jarenlang hobbymatig paarden gefokt en verkocht en vroeg DAS om rechtsbijstand bij een geschil. DAS verleende geen dekking. Kifid stelde vast dat sprake was van een hobbymatige activiteit en dat de inkomsten beneden de in de voorwaarden relevante grens bleven. DAS moest daarom alsnog dekking verlenen. Waarom opvallend: ook bij de fundamentele vraag of een geschil überhaupt onder de verzekering valt, bleek de aanvankelijke beoordeling van DAS niet altijd juist. DAS doet niets; andere verzekeraar knapt het op. Schrijnend is de zaak van een jong volwassene met meervoudige beperkingen die plots in de steek werd gelaten door zijn begeleiders. DAS reageerde naar de moeder dat ze eerst direct de eigen bijdrage moest overmaken en uiteindelijk gebeurde er niets. Een andere rechtsbijstandsverzekeraar heeft de zaak toen gevoerd en gewonnen bij de kantonrechter. Wat valt op? Deze uitspraken laten een breder beeld zien dan alleen consumenten die het niet eens zijn met een afwijzing. Kifid constateert in verschillende zaken onder meer: ten onrechte geweigerde dekking; onjuiste beroepen op verjaring; een schending van de zorgplicht; een onjuiste feitelijke grondslag voor een afwijzing; een dossier waarin niet alle stukken aan rechter en wederpartij waren verstrekt; tekortkomingen in de communicatie en dossierbehandeling; en een situatie waarin DAS ten onrechte niet zonder meer het laatste woord kreeg over de haalbaarheid van verdere juridische actie. Dat maakt vooral één conclusie relevant voor verzekerden: Een afwijzing of negatief haalbaarheidsoordeel van DAS is het standpunt van de rechtsbijstandsverzekeraar. Het is niet hetzelfde als een rechterlijk oordeel (of Kifid Geschillencommissie) dat de verzekerde geen zaak heeft. Advies van LawNed: neem geen rechtsbijstandverzekering bij DAS! Dat is niet op bovenstaande bevindingen gestoeld maar op een zaak die sinds begin 2021 liep en wij van dicht bij zagen hoe de service aan de consument verliep. Schrijnend is de zaak van een jong volwassene met meervoudige beperkingen die plots in de steek werd gelaten door de begeleiders. DAS reageerde naar de moeder dat ze eerst direct de eigen bijdrage moest overmaken en uiteindelijk gebeurde er niets. Een andere rechtsbijstandverzekeraar heeft de zaak toen gevoerd en gewonnen bij de kantonrechter. *met hulp van ai.
24 augustus 2026
Banken het vaakst in de fout!